
Written by Nanda Verhoeven
Senior Quality Manager Tax
30 September 2026
Box 3: waar moet je op letten?
Het tarief van box 3 is per 2026 gelijk gebleven op 36%. Het heffingsvrije vermogen is per 1 januari 2026 verhoogd naar €59.357 (€ 118.714 voor fiscaal partners). Niet eerder dan vanaf 2028 zou er dan heffing over het werkelijk rendement moeten gaan plaatsvinden. Tegelijkertijd staat de heffing in box 3 ter discussie vanaf de aangiftejaren 2017 tot nu, door de arresten van de Hoge Raad in december 2021 (‘Kerstarrest’) en juni 2024. Waar moet je op letten?
Op deze pagina lees je meer over:
- Het werkelijk rendement
- De berekening volgens de arresten van 6 juni 2024
- Of je in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling
- Heffing volgens forfait in box 3 vanaf 2017
- Tarieven en heffingsvrij vermogen in het forfaitaire stelsel
- Opties als je geen bezwaar hebt gemaakt over de jaren 2017-2020
Werkelijk rendement?
Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel vanaf 2017 het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Toen bood de Hoge Raad rechtsherstel door box 3 te heffen op basis van het werkelijke rendement.
Om uitvoering te geven aan het rechtsherstel, heeft de wetgever voor de jaren 2017 tot en met 2022 de Wet rechtsherstel box 3 (hierna: Herstelwet) ingevoerd. Deze wet kent forfaits die het werkelijke rendement zo goed mogelijk zouden moeten benaderen. De vraag die in veel procedures voorlag, en dus uiteindelijk ook bij de Hoge Raad, was of de Herstelwet vanwege die forfaits nog steeds het discriminatieverbod en eigendomsrecht schendt.
Naar aanleiding van die procedures oordeelde de Hoge Raad op 6 juni 2024 dat de Herstelwet nog steeds het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. In die gevallen moet naar het oordeel van de Hoge Raad rechtsherstel geboden worden. De Hoge Raad oordeelt dat ditzelfde geldt voor de Overbruggingswet box 3 die vanaf 2023 geldt. Deze wet regelt, op bijna dezelfde wijze als de Herstelwet, de box 3-heffing vanaf 2023.
De belastingaanslag moet dan zo ver worden verminderd, dat alleen nog belasting in box 3 betaald wordt over het werkelijke rendement.
Let op! Deze arresten staan los van de zogenaamde ‘massaalbezwaarplusprocedures’ voor de jaren 2017-2020 voor de belastingplichtigen die op of voor 24 december 2021 niet (tijdig) bezwaar hadden aangetekend tegen de aanslagen inkomstenbelasting. We leggen de uitkomsten verderop op deze pagina uit.
De berekening volgens de arresten van 6 juni 2024
Maar wat is dan het werkelijke rendement? De Hoge Raad geeft een aantal regels:
- Zo moet voor de berekening van het werkelijke rendement het gehele vermogen in box 3 meegenomen worden, dus ook de bank- en spaartegoeden.
- Het heffingsvrije vermogen mag niet in aftrek worden gebracht.
- Het gaat daarbij niet alleen over het rendement op het vermogen op 1 januari, maar over het rendement op het gehele vermogen gedurende het hele jaar.
- Verder worden niet alleen de rechtstreekse voordelen uit vermogensbestanddelen betrokken in het werkelijke rendement (zoals rente, dividend en huur), maar ook de gerealiseerde én ongerealiseerde positieve en negatieve waardeveranderingen.
- Kosten mogen niet in mindering komen op het rendement, met uitzondering van rente over schulden die tot het vermogen in box 3 horen
- Bij de bepaling van het rendement in een jaar wordt, tot slot, geen rekening gehouden met positieve of negatieve rendementen in andere jaren. Er is dus geen mogelijkheid van verliesverrekening over de jaargrens heen.
Bij de Hoge Raad lag ook nog de vraag voor of een belastingplichtige recht heeft op rentevergoeding als hij rechtsherstel, en dus een teruggaaf, voor box 3 krijgt. De Hoge Raad oordeelt dat dit in principe niet het geval is. Dit kan alleen anders zijn als, bij berekening van de wettelijke rente over de belastingvermindering, deze wettelijke rente hoger is dan de belastingvermindering in box 3 zelf.
En nu? Kom jij in aanmerking voor de tegenbewijsregeling?
De mogelijkheid om werkelijk rendement op te geven zoals de Hoge Raad heeft bepaald is vanaf 1 juli 2025 in wetgeving opgenomen, de zogenaamde wettelijke Tegenbewijsregeling.
Let op! Wil je zeker weten of je in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling? Overleg dan met onze adviseurs als je een definitieve aanslag ontvangt. Mogelijk is het verstandig om jouw rechten veilig te stellen en tijdig bezwaar te maken tegen de aanslag. Vanaf de dagtekening van een definitieve aanslag heb je zes weken om een bezwaar in te dienen.
Let op! Voor de jaren 2017-2020 stond voor belastingplichtigen die op of voor 24 december 2021 niet (tijdig) bezwaar hadden aangetekend tegen de aanslagen inkomstenbelasting alleen de massaalbezwaarplusprocedure open, ook wel MB+-procedure genoemd. Over de uitkomst daarvan berichten we verderop op deze pagina.
Nieuwe wetgeving vanaf 2028
Op 12 februari 2026 is het wetsvoorstel, om te komen tot een stelsel op basis van werkelijk rendement, aangenomendoor de Tweede Kamer. Het voorstel is echter terug naar de tekentafel. Dit nieuwe box 3-stelsel (niet te verwarren met de Tegenbewijsregeling) gaat niet eerder in dan per 1 januari 2028.
Heffing volgens forfait in box 3 vanaf 2017
Totdat de nieuwe wetgeving er is kun je kiezen tussen het forfaitaire stelsel of gebruik maken van de hierboven genoemde Tegenbewijsregeling. Hoe werkt het forfait?
De heffingsgrondslag van het vermogen van box 3 gaat voor de forfaitaire berekening uit van de werkelijke verdeling van jouw vermogens over drie vermogensgroepen:
- Banktegoeden
- Overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed)
- Schulden
Per categorie geldt een eigen forfaitair rendement. Voor het spaargeld wordt uitgegaan van een forfaitair rendement op basis van de actuele spaarrente. Bij het vaststellen van het forfaitair rendement van beleggingen wordt uitgegaan van het meerjarige gemiddelde rendement op beleggingen. Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente.
We geven de bekendgemaakte percentages hierna weer.
| 2024 | 2025 | 2026 | |
| Banktegoeden: rente% deposito’s DNB | 1,44 | 1,37 | 1,28 (voorlopig) |
| Schulden: hypotheekrente, leningen | 2,61 | 2,70 | 2,70 (voorlopig) |
| Overige bezittingen: langetermijnrendement | 6,04 | 5,88 | 6,37 |
Op basis van de forfaitaire rendementspercentages van de verschillende vermogensgroepen wordt het totale forfaitaire rendement berekend. Dit vormt de basis voor de berekening van de box 3-heffing.
Voor de jaren 2017 tot en met 2022 werd rechtsherstel geboden; als deze nieuwe box 3-heffing lager is dan de box 3-heffing volgens de wettelijk bepaling, zal dit leiden tot een teruggave van inkomstenbelasting. Is de nieuwe box 3-heffing gelijk of hoger dan de box 3-heffing volgens de wettelijke bepalingen, dan volgt geen teruggave. Je hoeft voor de 2017-2022 echter ook niet bij te betalen.
Tarieven en heffingsvrij vermogen in het forfaitaire stelsel
Het tarief in box 3 is inmiddels gestegen tot 36%. Per 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357.
Let op! Het heffingsvrije vermogen van box 3 is niet van invloed op het wel of niet krijgen van toeslagen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag of het kindgebonden budget. Daar gelden lagere vermogensgrenzen voor. Raadpleeg deze bij de betreffende uitvoeringsinstanties.
| 2024 | 2025 | 2026 | |
| Tarief | 36% | 36% | 36% |
| Heffingsvrij vermogen (dubbel bij partners) | € 57.000 | € 57.684 | € 59.357 |
De werkelijke samenstelling van het vermogen op 1 januari is heel beslissend. De forfaitaire berekening wordt namelijk gemaakt op basis van het dan aanwezige vermogen en de samenstelling daarvan.
Het is dus belangrijk dat je in beeld brengt en houdt hoe jouw vermogen is verdeeld over de categorieën spaargeld, beleggingen en schulden. En soms kan een andere verdeling van het box 3-inkomen tussen jou en je partner tot een gunstiger resultaat leiden.
Geen bezwaar gemaakt over de jaren 2017-2020?
Heb je géén bezwaar aangetekend tegen aanslagen over 2017 tot en met 2020? Dan kun je niet alsnog bezwaar aantekenen.
Verzoeken om ambtshalve vermindering werden afgewezen. De Hoge Raad heeft 25 juni jl. uitgesproken geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. De Hoge Raad is van oordeel dat er ook geen sprake is van discriminatie ten opzichte van belastingplichtigen die wel op tijd bezwaar maakten. Ook het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn niet geschonden, aldus de Hoge Raad.
Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt blijft dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben. Niet-bezwaarmakers krijgen daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren.
Tot slot
We hebben inmiddels gezien dat niets zo veranderlijk is als tarieven en percentages. Op de korte termijn lijkt sturen op fiscale voordelen voordelig, op de lange termijn zouden de gekozen oplossingsrichtingen ongunstiger kunnen uitpakken.
Dit bericht is gebaseerd op de wet- en regelgeving zoals die gold op de publicatiedatum en bevat een algemene beschrijving. Onze adviseurs adviseren je graag over de actuele mogelijkheden voor jouw specifieke situatie. Neem gerust contact op.
Share this article
Aansluitende inzichten
Actueel
Aanvullende maatregelen 2027: Belangrijke wijzigingen voor ondernemers, dga’s en vermogenden
Naast de op Prinsjesdag aangekondigde maatregelen heeft het kabinet op 29 september aanvullende plannen gepresenteerd. Vooral voor dga's en particuliere beleggers bevatten deze opvallende wijzigingen.
Actueel
DGA’s en werkgevers krijgen strafheffing voor niet elektrische auto’s.
Er is veel te doen rondom de pseudo eindheffing, (strafheffing) voor het beschikbaar stellen van niet-elektrische personenauto’s. Zorg dat je klaar bent voor de nieuwe regelgeving.